De bouw van de 7 Provinciën

admiraliteits werf

De Zeven Provinciën was een linieschip van de Admiraliteit van de Maze met 80 stukken geschut, de naam van het schip werd ook geschreven als de 7 Provinciën.
Het schip had een lengte van 163 voet, een breedte van 43 voet en een holte van 16,5 voet (NB: 1 Amsterdamse voet = 28,3 cm).
De waterverplaatsing bedroeg ca. 1600 ton en het schip voerde ruim 2000 m² zeil. De bemanning telde meer dan 420 koppen.

Het schip werd gebouwd van 1664-1665 op de oude admiraliteitswerf aan het Haringvliet in Rotterdam. De bouwmeester was Salomon Janszn van de Tempel, een telg uit een bekend geslacht van Rotterdamse scheepsbouwers.

Het schip begon zijn carrière als tijdelijk vlaggenschip van viceadmiraal Aert Jansse van Nes, daarna werd het het vlaggenschip van luitenant-admiraal Michiel Adriaenszoon de Ruyter (1666-1674).
Het nam deel aan de Vierdaagse Zeeslag bij North Foreland (1666), de Tweedaagse Zeeslag (1666), en de Tocht naar Chatham (1667) in de Tweede Engelse Oorlog.

Verder nam het schip deel aan de Slag bij Solebay (1672); de dubbele Slag bij Schooneveld (1673) en de Slag bij Kijkduin (1673).
In 1674 ging het onder De Ruyter op expeditie naar Martinique. Na de dood van De Ruyter werd het in 1678 het vlaggenschip van schout-bij-nacht Jan van Brakel.
In 1691 kreeg schout-bij-nacht Johan Snellen het commando over het schip, hij overleed datzelfde jaar aan boord. Het schip maakte ook deel uit van een gecombineerde Nederlands-Engelse vloot onder John Edward Russel in 1692 waar het door de Fransen tijdens de Slag bij La Hogue lek geschoten werd.
De laatste commandant van het schip was kapitein Evert de Lieffde, wiens logboek uit 1692 bewaard is gebleven. Uiteindelijk werd het in 1694 ter sloop verkocht.

Bron: Wikipedia